Doorstart zonder faillissement: het risico

De situatie komt vaker voor: een werkmaatschappij heeft schulden. De holding richt een nieuwe onderneming op en laat de activa daarin overgaan (al dan niet met een overeenkomst). De werkmaatschappij biedt vervolgens geen verhaal. Deze constructie leidt natuurlijk tot frustratie bij de schuldeisers en kan aanleiding zijn om de aandeelhouders of de bestuurders aan te spreken. In deze blog behandel ik een zaak waarin die actie tegen bestuurders en aandeelhouders succesvol was.

Wat is er gebeurd?

Een bouwbedrijf verbouwt een winkel. Zij wordt aangesproken wegens fouten bij de verbouwing. Dit leidt na enige onderhandelingsrondes in tot een procedure met als inzet een verlangde schadevergoeding van € 125.000,00. Onderhandelingen in maart en sommaties eind 2014 leiden niet tot een oplossing. In maart 2015 richt de holding een nieuwe vennootschap op die de activa van de werkmaatschappij overneemt tegen een getaxeerde waarde. De koopsom wordt echter verrekend met een schuld van de werkmaatschappij aan de holding, zodat er geen geld over tafel gaat.
Onkundig hiervan dagvaardt de schuldeiser het bouwbedrijf in juni 2015, welke procedure in mei 2016 eindigt met een vonnis waarin het bouwbedrijf wordt veroordeeld € 125.000,00 te betalen.
Het bouwbedrijf biedt geen verhaal.

Kortom: de schuldeiser heeft een vonnis met een veroordeling van € 125.000,00 maar kan daar niets mee. Het bouwbedrijf is niet in staat van faillissement verklaard, maar oefent eenvoudigweg geen activiteiten meer uit. De holding kondigt aan dat de vennootschap op korte termijn zal worden ontbonden.

De schuldeiser laat het er niet bij zitten en spreekt de holding én de bestuurders aan uit onrechtmatige daad. 

Het juridisch kader

Het juridisch kader van zo’n aanspraak wordt samengevat in het vonnis dat – ik verklapte het al – de holding en de bestuurders persoonlijk inderdaad aansprakelijk houdt voor het leeghalen van het bouwbedrijf. De rechtbank haalt de geldende jurisprudentie aan, samengevat als volgt:

“het uitgangspunt is dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor de uit de overeenkomst of onrechtmatige daden voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is evenwel, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid voor de bestuurder van de vennootschap. Daarvoor is nodig dat die bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Dat zijn hogere eisen dan in algemeen het geval is bij onrechtmatigheid. Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt is afhankelijk van de aard en de ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. Ook indirecte bestuurders, dus uiteindelijke de natuurlijk personen die de handelingen feitelijk verrichten, kunnen via die norm aansprakelijk worden gesteld.”

Er zijn daarbij twee gevaltypen: de eerste is de zogenaamde Beklamel-norm waarbij een bestuurder weet dat een vennootschap de schuld die wordt aangegaan niet zal kunnen voldoen, en desondanks de vennootschap de overeenkomst laat sluiten. Denk aan bestellingen van goederen in het licht van faillissement.

De tweede, hier met name relevante norm, is dat de bestuurder wist of redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat 'de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben deze haar verplichtingen niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden voor de daardoor optredende schade'.
Ten slotte is van belang dat de Hoge Raad verlangt dat alle feitelijke omstandigheden meegewogen moeten worden bij de beoordeling of de bestuurder een ernstig persoonlijk verwijt gemaakt kan worden.

Het oordeel

De rechtbank oordeelt dat het leeghalen en verkopen van de activa uit de vennootschap onrechtmatig was omdat op dat moment ondanks een slechte financiële situatie de positie van de vennootschap nog niet uitzichtloos was. Het wordt de bestuurders zwaar aangerekend dat er geen gelden zijn binnen-gekomen door de activaverkoop, want er vond verrekening met een vordering van een derde (de holding) plaats. Door de verkoop van de activa is immers een situatie gecreëerd door de bestuurders met voorzienbare benadeling van de speelgoedwinkel omdat de mogelijkheden voor verhaal voor hun vordering daardoor is gefrustreerd.

Het valt op dat de rechtbank de lat voor aansprakelijkheid niet heel hoog legt. Ook het verweer van de bestuurder van het bouwbedrijf dat, ook al had zij de vennootschap niet leeggehaald, de vennootschap toch failliet zou zijn gegaan, wordt niet zonder meer gehonoreerd. De rechtbank overweegt daarover dat de situatie moet worden beoordeeld op het moment van leeghalen van de vennootschap, en dat de activa die er toen waren op zich nog enig (zij het onvoldoende) verhaal zouden bieden. De rechtbank wil daar wel meer over weten en verwijst de zaak naar de rol om partijen zich over die vraag uit te laten.

Het tussenvonnis van de rechtbank, dat wellicht ooit nog wordt getoetst in hoger beroep, geeft een interessant handvat voor schuldeisers die moeten toezien dat hun schuldenaar de activa zien wegleiden voordat sprake is van vaststelling van de schuld en executie. Wat er ook van het vervolg zij, het vonnis beantwoordt zeker aan het rechtsvaardigheidsgevoel. 

Vindplaats:

Rechtbank Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 november 2017

 

 

Over de auteur

frits bienfait

FRITS BIENFAIT

Advocaat / partner

Adresgegevens

Kantooradres: 
Rivium Westlaan 46
2909 LD  Capelle aan den IJssel

Postadres: 
Postbus 4043
3006 AA  Rotterdam

+31 (0)10 - 288 8800
+31 (0)10 - 288 8828
mail@damkru.nl

KvK-nummer: 24466931
BTW-nummer: NL 005202280B01

 

Overige gegevens en route

Het kantoor ligt in het bedrijvenpark Rivium (naast de van Brienenoordbrug) te Capelle aan den IJssel. U kunt bij ons op onze eigen parkeerplaats parkeren. 

Routebeschrijving:

Routebeschrijving vanaf Utrecht
Routebeschrijving vanaf Zoetermeer
Routebeschrijving vanaf Breda
Per openbaar vervoer

Downloads

Nieuwsbrief

Stelt u gratis en vrijblijvend algemeen juridisch advies op prijs? Laat hier uw e-mailadres achter en ontvang de periodieke Van Dam & Kruidenier nieuwsbrief: 

Ongeldige invoer